Prof. Dr. Wim Wuyts,
UZ Leuven

Als gevolg daarvan wordt littekenweefsel gevormd dat het normale longweefsel onherstelbaar beschadigt. Zo raakt de zuurstof niet meer door de wand van de longblaasjes in het bloed. Een typisch symptoom is toenemende kortademigheid. Prof. Dr. Wim Wuyts van UZ Leuven legt uit.

Vroege diagnose is cruciaal

“Bij blijvende kortademigheid is het belangrijk dat men zo snel mogelijk naar een arts stapt. Hoe sneller we de ziekte kunnen vaststellen, hoe sneller we ze ook kunnen stabiliseren en hoe meer levenskwaliteit we kunnen behouden”, aldus Prof. Wuyts.

“Bovendien betaalt de overheid de specifieke medicatie tegen IPF enkel terug aan patiënten in een vroegtijdig tot matig geëvolueerd stadium. Tot vandaag zijn er immers enkel studies gevoerd met patiënten in vroegere stadia. Er wordt momenteel uitgezocht of meer gevorderde vormen van IPF ook baat kunnen hebben bij deze medicatie.”

Alertheid kan het verschil maken

Prof. Wuyts “Het is belangrijk dat alle huisartsen alert zijn. Als de arts bij patiënten met kortademigheid en een droge hoest met een stethoscoop naar de longen luistert, hoort die bij longfibrose een krakend geleid dat vergelijkbaar is met het openen van een velcro sluiting. Dit kan ook voorkomen bij hartfalen of bij een longontsteking, maar die hebben ieder nog specifieke symptomen. Als die tekens er niet zijn, moet dus gedacht worden aan longfibrose en dient de arts de patiënt door te verwijzen naar een longarts.”

“Daarnaast kunnen ook radiologen bijdragen bij vroegtijdige detectie wanneer ze een beeld nemen van een patiënt waarbij de longen zichtbaar zijn, kunnen ook daar de eerste tekens gezien worden. Ten slotte dienen mensen die reeds in hun familie geconfronteerd zijn met longfibrose extra waakzaam te zijn.”

Evolutie in behandelingen

“Slechts een minderheid van de patiënten komt in aanmerking voor een longtransplantatie. De selectieprocedure is immers heel strikt en sluit patiënten ouder dan 65 automatisch uit. Gelukkig beschikken we sinds kort over twee krachtige en efficiënte medicijnen. Bij de overgrote meerderheid van de patiënten kunnen deze middelen de ziekte stabiliseren of minstens afremmen”, zegt Prof. Wuyts.

“Er gebeurt bovendien veel onderzoek rond IPF, waarbij we trachten te achterhalen wat de mechanismen zijn achter deze ziekte. Daarnaast lopen er ook studies rond het ontwikkelen van nieuwe medicijnen én rond combinaties van verschillende producten. Zo hopen we op meerdere mechanismen tegelijk in te werken en nog betere resultaten te boeken.”

 

Ernest Van Craen, IPF-patiënt getuigt hier over zijn IPF-diagnose.