Meer uitleg door prof. dr. François Eyskens, kliniekhoofd erfelijke metabole aandoeningen aan het UZA, en Lut De Baere, voorzitter van de patiëntenvereniging Boks vzw.


 

Wat zijn de belangrijkste klachten bij de ziekte van Fabry?

Eyskens: “De ziekte van Fabry is een multisysteemziekte die in feite alle orgaanstelsels kan beschadigen: hart, nieren, bloedvaten, gehoor, ogen, huid, longen,… Dat gebeurt al dan niet in een vroegtijdig stadium. Kinderen kunnen al vanaf de leeftijd van 4 à 5 jaar kampen met zenuwpijnen. Ook de nieraantasting kan al vanaf de kindertijd beginnen en op termijn zelfs leiden tot een terminaal nierfalen. Andere vormen van de ziekte van Fabry manifesteren zich pas op volwassen leeftijd met onder meer hartaantastingen, lichtere nieraantastingen en cerebrovasculaire accidenten.”

De Baere: “Ook kleine herseninfarcten zijn een vaak voorkomend probleem bij fabrypatiënten. Hierdoor hebben ze vaak moeite om te communiceren. Maar liefst 80% van de patiënten is bovendien depressief. Ze zien er doorgaans immers normaal uit, terwijl ze toch zwaar lijden onder de diverse symptomen. Door de omgeving wordt dat vaak moeilijk geaccepteerd. Ook kinderen krijgen vaak te maken met heel wat onbegrip bij leeftijdsgenootjes. Ze hebben immers vaak pijn aan de uiteinden van hun handen en voeten, waardoor ze moeilijk kunnen schrijven. Bovendien hebben ze moeite om te zweten en dus hun hitte kwijt te raken, waardoor het vaak niet mogelijk is om deel te nemen aan de turnles. Hierdoor worden ze dikwijls ten onrechte gezien als ‘moeilijk’ of ‘lui’.”

 

Wat is de oorzaak hiervan?

Eyskens: “De ziekte van Fabry wordt veroorzaakt door de afwezigheid of slechte werking van een gemuteerd enzym (alfa-galactosidase A of ook het GLA-gen genoemd) in de afbraak van complexe lipiden, of meer specifiek globotriaosylceramide (Gb3). Hierdoor beginnen de Gb3 afvalstoffen zich op te stapelen."

Veel Belgen lijden aan de ziekte van Fabry zonder dat ze het beseffen. - Prof. dr. François Eyskens

"Aanvankelijk gebeurt die opstapeling in het lysosoom, maar na verloop van tijd zal dit het volledige orgaanstelsel gaan aantasten. Intussen zijn al meer dan 300 GLA-mutaties bekend die kunnen leiden tot de ziekte van Fabry, en dat aantal blijft toenemen.”

 

Hoe zeldzaam is deze ziekte?

Eyskens: “De vroegtijdige vormen komen voor bij 1/100.000 personen, terwijl de laattijdige vormen 1/40.000 mensen treffen. Als we alle Europese burgers hierop zouden screenen, zou dat echter ongeveer 1/3.000 personen worden. Zo zou het de meest voorkomende erfelijke metabole aandoening worden in Europa. Daarom zou het een goed idee zijn om bij een diagnose meteen ook de hele familie van die persoon te screenen. Aangezien het een erfelijke ziekte betreft, is de kans dan immers groot dat er nog meer dragers binnen de familie vroegtijdig kunnen worden ontdekt.”

 

Hoe belangrijk is het om een vroege diagnose te stellen?

Eyskens: “Het succes en de efficiëntie van de behandeling hangen hiervan af. Hoe later we kunnen ingrijpen, hoe meer onherstelbare schade aan de organen de ziekte heeft aangericht. De zeer uiteenlopende problemen en symptomen maken dat echter erg moeilijk. Hierdoor gaan patiënten vaak jarenlang van specialist naar specialist voor men de diagnose stelt."

Patiënten zien er doorgaans normaal uit, terwijl ze toch zwaar lijden onder de diverse symptomen. - Lut De Baere

"Toch zijn er heel wat rode vlaggen die hierbij kunnen helpen. Bij het vaststellen van eiwitverlies zonder een duidelijke reden, zou een nefroloog hier al aan moeten denken. Een cardioloog zou hetzelfde moeten doen bij een verdikking van de hartspier of bij lichte electrocardiogramafwijkingen. Een oogarts kan het simpelweg vaststellen dankzij een zeer specifieke afwijking van het hoornvlies. Een NKO-arts moet er dan weer aan denken wanneer een jonge patiënt plots een eenzijdig gehoorverlies heeft.”

 

Welke behandelingen bestaan er?

De Baere: “Sinds twaalf jaar kunnen fabrypatiënten worden geholpen met enzymvervangende therapie. Daarbij moeten ze om de twee weken naar het ziekenhuis om de ontbrekende enzymen via een infuus toegediend te krijgen. Patiënten dienen het ziekenhuis op voorhand te verwittigen van hun komst. Anderzijds moeten ze zeker doorgeven wanneer ze om één of andere reden niet op hun afspraak kunnen zijn, zodat het dure middel niet verloren gaat. Bij deze enzymververvangede therapie kunnen er infusiegerelateerde bijwerkingen optreden. De impact van zulke enzymvervangende therapie op de levenskwaliteit is aanzienlijk, want hun hele leven lang moeten patiënten hier telkens weer een halve dag tot een dag ziekteverlof voor reserveren. Ook kunnen ze niet zomaar op verlof gaan zonder de behandeling eerst goed in te plannen.”

Eyskens: “Sinds vorig jaar beschikken we voor bepaalde mutaties over een oraal middel dat eenmaal om de andere dag moet worden ingenomen. Het grote voordeel daarvan is dat patiënten dat thuis zelf kunnen doen. Enkel patiënten met bepaalde fabrymutaties komen hier echter voor in aanmerking, het middel ondersteunt immers de eigen enzymactiviteit om zo de stapeling te kunnen aanpakken. Dat is bijlange niet bij alle patiënten mogelijk.”

De Baere: “De nieuwe orale medicatie is makkelijker voor de patiënten. Ze worden minder geconfronteerd met hun ziekte omdat ze ook niet meer telkens naar het ziekenhuis moeten voor hun behandeling. Ze voelen zich minder ziek en hebben een grotere levenskwaliteit.”

 

Kinderen vormen inspiratie voor reeks medische innovaties

Vaderliefde maakt het onmogelijke mogelijk. Dat geldt zeker voor de zieke Megan en Patrick Crowley, die de aanzet waren voor een hele reeks medische innovaties.
 


Tom Meuleman, country manager bij Amicus Therapeutics België.



Megan en Patrick worden beiden al op zeer jonge leeftijd gediagnostiseerd met de ziekte van Pompe, een lysosomale stapelingsziekte. Het oordeel is duidelijk: er is geen behandeling mogelijk en de levensverwachting wordt geschat op slechts enkele jaren. Daarom richt vader John Crowley een klein biotechnologisch bedrijf op dat de eerste enzymvervangende therapie ontwikkelt voor de ziekte van Pompe. Hoewel de kinderen hierdoor de volwassen leeftijd weten te halen, blijkt de doeltreffendheid toch van voorbijgaande aard.

Deze eerste successen zorgen er - samen met een sterke wilskracht om innovatieve behandelingen voor andere zeldzame ziekten op punt te zetten - voor dat Crowley in 2000 Amicus Therapeutics Inc. opricht. Dit bedrijf, jong maar in volle groei, kenmerkt zich door de expertise en de specifieke technologieën in de behandeling van lysosomale stapelingsziekten.

 

Voortdurende zoektocht

Tom Meuleman, country manager bij Amicus Therapeutics België: “Ons doel is om het leven van patiënten op een duurzame en aanzienlijke manier te verbeteren. Sinds vorig jaar is er daarom voor bepaalde mutaties van de ziekte van Fabry een terugbetaald oraal product beschikbaar. Het is een zogenaamd ‘small molecule’ dat het potentieel heeft om goed door te dringen in verschillende weefsels van het lichaam, onder meer in de hersenen. De ziekte van Fabry bestaat echter uit meer dan achthonderd fenotypes. De patiënten die we niet kunnen helpen met ons oraal product, kunnen een beroep blijven doen op intraveneuze enzymtherapie.”

“Intussen zijn er ongeveer acht firma’s bezig om de therapieën voor de ziekte van Fabry te optimaliseren. Daarnaast zijn wij ook bezig om een gentherapie voor de ziekte van Fabry te ontwikkelen. Hierbij wordt een gezonde variant van het GLA-gen in het lichaam ingebracht door middel van een virus. Vervolgens zullen de cellen in het lichaam dit gen gaan aflezen en omzetten in een goedwerkend enzym.”