De Leuvense neurowetenschapper Bart De Strooper, verbonden aan het VIB/KU Leuven, staat aan het hoofd van het Engelse Dementia Research Institute. Hij analyseert het huidige onderzoek en legt uit hoe de knelpunten aangepakt kunnen worden.

“Dementie kent een enorme toename in onze samenleving door de veroudering van de bevolking. De komende tien jaar zal het aantal mensen met dementie toenemen met 50 tot 60%, wat uiteraard een enorme belasting voor de gezondheidsbudgetten impliceert. De Westerse bevolking zal de komende jaren zwaar getroffen worden, maar de grootste toenames worden in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië verwacht. Daar heeft men nu een relatief jonge bevolking en zullen we dus pas op langere termijn de effecten van dementie zien.”

 

Hoe verhoudt de ziekte van Alzheimer zich tot dementie?

“Dementie is eigenlijk een verzamelnaam voor ziektes die gekenmerkt worden door een sterke achteruitgang van de cognitieve functies. Dementie kent heel veel oorzaken, maar de voornaamste oorzaak is de ziekte van Alzheimer. Typisch voor de ziekte van Alzheimer is de opstapeling van eiwitten tussen de hersencellen. Andere aandoeningen die de hersenen aantasten, zoals de ziekte van Parkinson of ALS, hebben echter gelijkaardige onderliggende mechanismen. Kenmerkend is dat de hersencellen afsterven. Naargelang het gebied treden er dan andere symptomen op, maar uit alle onderzoek is gebleken dat dezelfde neurale complicaties aan de basis liggen.”

 

U werkt zowel in Leuven als in het Verenigd Koninkrijk. Waar staan we nu met het huidige onderzoek naar de ziekte?

“In Londen heb ik vooral een managementfunctie, maar in Leuven sta ik nog steeds in het labo. Op dit ogenblik situeert de belangrijkste vraag zich op het knooppunt van mijn beide professionele activiteiten: we moeten namelijk goed nadenken over de te volgen strategie en knopen doorhakken op het vlak van investeringen. De laatste twintig jaar is het alzheimeronderzoek in een stroomversnelling terechtgekomen, vooral via de link met de genetica en de problematiek van de erfelijke belasting. Uit de zoektocht naar de genetische identificatie is een waslijst van genen tevoorschijn gekomen."


Er bestaat nog geen medicatie voor de ziekte van Alzheimer en het onderzoek op dat vlak kent hoge pieken, maar ook zeer diepe dalen.
 

"We weten nu dat de kans op de ziekte van Alzheimer stijgt als er veranderingen optreden in die specifieke genen. Wie een combinatie heeft van meerdere van die genen, heeft een grotere kans op de ziekte. De belangrijkste hypothese bestaat er in dat een combinatie van erfelijke afwijkingen de respons van de hersenen op de amyloïde plakken bepaalt en er voor zorgt dat we ofwel een gunstige ontstekingsreactie krijgen ofwel een schadelijke reactie die uiteindelijk tot vernietiging van hersencellen leidt.”

 

En komen we door die inzichten nu ook dichter bij oplossingen voor een betere behandeling van de ziekte?

“De huidige kandidaat-geneesmiddelen hebben een aantal vervelende neveneffecten die hun gebruik in het ziekenhuis ernstig hebben beperkt. De klinische testen staan daardoor zwaar onder druk. Er bestaat met andere woorden nog geen medicatie voor de ziekte en het onderzoek op dat vlak kent hoge pieken, maar ook zeer diepe dalen."

Farmaceutische bedrijven moeten weer een pioniersrol opnemen in het alzheimeronderzoek.
 

"Momenteel bevinden we ons in zo’n moment van depressie, met veel failures in de klinische trials. We moeten al die tegenslagen evalueren en nieuwe experimenten lanceren om beter te begrijpen wat er nu misgaat. Misschien moeten we de patiënten veel vroeger behandelen of misschien moeten ze deze middelen in hogere doses of gedurende een langere tijd toegediend krijgen."

"Daartegenover staat dan weer een nieuwe doorbraak, met name de vaststelling dat naast de cellen die de denkprocessen aansturen, ook de zogenaamde steuncellen heftige reacties vertonen bij het optreden van de ziekte van Alzheimer. Als we dat ontstekingsmechanisme helemaal in kaart kunnen brengen, kunnen we ook op zoek gaan naar een methode om van dat mechanisme gebruik te maken voor een mogelijke behandeling van de ziekte: welke delen van de ontstekingsreactie zijn voordelig in die zin dat ze de ziekte zouden kunnen tegenhouden? Maar om nieuwe geneesmiddelen te kunnen ontwikkelen, moeten we dat proces helemaal ontrafelen en daar knelt nu juist het schoentje.”

 

Houdt de farmaceutische sector de boot af?

De wetenschappers krijgen niet altijd de steun die ze zouden moeten krijgen omdat er bij farmaceutische bedrijven in de eerste plaats naar het financiële belang gekeken wordt.

“Wat de wetenschappers willen, stemt niet altijd overeen met de wensen van de farmaceutische industrie. De wetenschappers krijgen niet altijd de steun die ze zouden moeten krijgen omdat er bij farmaceutische bedrijven in de eerste plaats naar het financiële belang gekeken wordt. Momenteel moeten we vaststellen dat nieuwe geneesmiddelen tegen hersenziekten niet het resultaat bereiken dat ervan verwacht werd. Als er dan bijvoorbeeld in het kankeronderzoek grotere financiële inkomsten gegenereerd kunnen worden, is de keuze snel gemaakt. De laaghangende stukken fruit zijn lucratiever en dus ligt de klemtoon op geneesmiddelen met een grotere garantie op een return on investment.”

 

U staat erom bekend op dat vlak geen blad voor de mond te nemen…

“Het is de taak van wetenschappers om kritisch te zijn, zeker in het complexe spanningsveld van fundamenteel onderzoek en de vermarkting ervan. Er zijn nog altijd te veel bedrijven in de farmaceutische sector die voor de gemakkelijke oplossing kiezen. Door onze kritische stem te laten horen, kunnen we de bevolking en in het verlengde daarvan de overheid overtuigen van het belang om ook in moeilijker onderzoek te investeren. Zij kunnen de druk opvoeren tegenover de bedrijven. We mogen dat niet zomaar laten passeren. Ook basisonderzoek en investeringen in academisch onderzoek zijn een pijler om doorbraken te realiseren in de strijd tegen hardnekkige ziektes. Alle betrokkenen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen om de noden van de patiënten te verhelpen.”

“Wetenschappelijk onderzoek bestaat nu eenmaal uit experimenten die niet altijd het antwoord geven dat iedereen verwacht. Dan moeten we de hypothese bijstellen. De conclusies waren blijkbaar te simpel. We hebben geprobeerd, maar het heeft niet gewerkt en dus moeten we het op een andere manier proberen. De maatschappij is zich daar meer en meer van bewust en stelt dan ook de terechte eis om meer middelen vrij te maken voor dergelijk onderzoek.”