Dr. Hans Struyven, algemeen directeur van Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart Tienen

Campus voor ambulante zorg

“Regionale ziekenhuizen vervullen een essentiële rol in het zorgaanbod en in de evolutie naar meer ambulante zorg. Ze bieden kwalitatieve tweedelijnszorg aan, maar staan daarbij toch nog steeds dicht bij de mensen. Buiten onze twee campussen in Tienen hebben we daarom een medisch centrum in Aarschot dat naast specialistische raadplegingen en beeldvorming ook dagchirurgie aanbiedt” aldus dr. Struyven.

“Vandaag past zo een medisch centrum helemaal in de wens van de overheid om de zorg zoveel mogelijk ambulant te maken. De overheid wil het aantal ziekenhuisbedden verminderen, met tien tot vijftien procent. In Aarschot, een stad zonder ziekenhuis, merken we dat dankzij de aanwezigheid van het medisch centrum het aantal ambulante ingrepen er significant hoger ligt dan in andere steden. De vele patiënten die er worden opgevangen, hoeven niet te worden opgenomen in een klassiek ziekenhuis.”

Dr. Struyven: “Voor de overheid is deze evolutie merkelijk goedkoper want ze hoeft niet langer tussen te komen in de verblijfskosten van een klassieke opname. Studies tonen bovendien aan dat patiënten bij een opname kwetsbaar zijn voor ziekenhuisinfecties en complicaties. Ten slotte is het ook praktischer door de vlotte bereikbaarheid.”

Regionale afstemming en netwerkvorming

“Ook de netwerkvorming en regionale samenwerking tussen ziekenhuizen is vandaag een belangrijk gegeven. Zo praten we in het kader van het regionaal zorgstrategisch plan met de andere Oost-Brabantse ziekenhuizen (UZ Leuven, Heilig Hart Leuven en AZ Diest) over het verdelen en concentreren van de zorg in onze regio. Ook daarbij blijkt het medisch centrum van Aarschot een belangrijke speler.”

“Medisch Centrum Aarschot bestempelt men ook wel eens als ‘anderhalve lijn’, tussen de eerstelijnszorg en de tweedelijnszorg in de regionale ziekenhuizen. Een ambulant medisch centrum moet gepaard gaan met een goed georganiseerde thuiszorg die in nauw contact staat met dat centrum, met een essentiële rol voor de huisarts in de opvolging van de patiënt”, zegt dr. Struyven.