Uitleg door Dr. Joachim Van Keirsbilck van AZ Sint-Jan Brugge.
 

  • Klassieke methode

Tot op heden wordt zwangerschapsvergiftiging gediagnosticeerd aan de hand van een verhoogde bloeddruk, eiwitverlies in de urine en/of klachten. De juistheid van deze diagnose is echter laag (20-30%).
 

  • In de eerste 12 weken zwangerschapsduur

In de eerste 12 weken zwangerschapsduur kunnen we nu door een combinatie van de bloeddruk van de moeder, een echografie van de bloedvaten van de baarmoeder en een bloedafname voor speciale biomarkers (PLGF en P-APPA) het risico voorspellen op het ontwikkelen van zwangerschapsvergifting. 

Indien dan blijkt dat er een verhoogde kans is, dan kunnen we deze vrouwen 150 mg acetylsalicylzuur (aspirine) geven vanaf de 12e tot de 36e zwangerschapsweek. Zo kunnen we het risico op pre-eclampsie met 82% doen dalen voor de 34e zwangerschapsweek. Daarnaast helpt ook het innemen van een gram calcium per dag. Na 16 weken zwangerschapsduur heeft toedienen van aspirine geen zin meer. Tot op heden ondergaan nog niet alle vrouwen deze test.
 

  • Na de 12e week zwangerschapsduur

Gelukkig zijn er twee nieuwe markers die later in de zwangerschap kunnen worden gecontroleerd. Deze markers zijn SFLT1 en PLGF, twee eiwitten die geproduceerd worden door de moederkoek. SFLT1 stijgt bij een slechte ontwikkeling, terwijl PLGF dan net daalt. Door de verhouding van deze twee markers te bekijken, kunnen we dus veel nauwkeuriger voorspellingen doen. De betrouwbaarheid stijgt zo van de huidige 20% naar 40%.

In Duitsland zijn deze twee markers alvast opgenomen in het standaardprotocol om zwangerschapsvergiftiging op te sporen. Stilaan begint deze test ook hier meer gebruikt te worden. In ons centrum gebruiken we ze al routinematig.