Telegeneeskunde, de digitale invasie, robots, stamceltherapieën, 3D-toepassingen, enz. Ik denk dat er nooit zo veel en zo snel op ons afkwam”, vertelt Lieven Annemans. “En toch… kijk maar naar het verhaal van Corneel.”

Corneel is cardioloog. Zijn specialiteit is chronisch hartfalen, en hij heeft al tientallen jaren ervaring met deze ziekte. Veel van zijn patiënten worden behandeld met een fantastisch toestelletje, een soort pacemaker die toelaat het hart te ondersteunen, en ook onmiddellijk corrigeert wanneer er plots een probleem opduikt met het hartritme. Hij ziet zijn ‘zwaarste’ patiënten drie tot vier keer per jaar en kan ze op die manier goed opvolgen. Maar nu is er iets nieuws: aan het toestelletje wordt een extra zendertje toegevoegd waardoor Corneel zijn patiënten voortaan vanop afstand kan volgen, terwijl die gewoon in hun eigen leefomgeving zijn. Hij kan meteen zien wanneer er iets schort en kan dan zijn patiënten binnenroepen, enkel wanneer het nodig is. Maar Corneel heeft een probleem. Dankzij het zendertje zijn de routine-opvolgingsconsultaties niet meer nodig. Hoe gaat hij dan zijn boterham nog verdienen?

Innovatie omarmen

Het is slechts één van de verhalen uit mijn boek ‘Je geld of je leven in de gezondheidszorg’ waaruit blijkt dat de prikkels in ons gezondheidssysteem niet juist zitten. Artsen en ziekenhuizen zouden altijd moeten doen wat het best is in het belang van de patiënt. Maar ze laten het vaak - bewust of onbewust - na. En de reden is eenvoudig. Wanneer ze met de nieuwste technologie werken, is dat soms in hun eigen nadeel. Met andere woorden, ons systeem is nog niet klaar om de innovatie te omarmen.

We hebben die innovaties nochtans hard nodig. Neem het voorbeeld van de telegeneeskunde. Steeds meer studies geven aan dat we daarmee levens kunnen redden, omdat er veel sneller een signaal is wanneer er iets fout gaat. Men kan er ook ziekenhuisopnames mee vermijden en een definitieve opname in een woonzorgcentrum mee uitstellen. Maar als de financiële stimulus ontbreekt om ze toe te passen, dan blijft de telegeneeskunde veraf. Wat is de oplossing? Betaal die cardioloog een vast en degelijk bedrag per jaar om zijn patiënten van op afstand te volgen. Een waarlijke win-win-winsituatie: de patiënt is beter af, de maatschappij spaart geld uit en de arts is tevreden met zijn deel en zijn werk. Voor heel wat ziektebeelden kan zo’n hervorming van de manier van betalen soelaas brengen.

Financiële prikkels

Wie er op het eerste gezicht verliest, is het ziekenhuis, want minder opnames betekent minder inkomsten. Heel wat innovaties, niet alleen de telegeneeskunde, laten immers toe om mensen uit de ziekenhuizen te houden. De hervormingen en initiatieven van minister Maggie De Block gaan helemaal in die richting. Nu nog de nodige financiële prikkels invoeren om de échte innovaties, die bovendien hun geld waard zijn, te krijgen tot bij de mensen die ze nodig hebben. Steeds meer ziekenhuizen zien dat ook in en kiezen resoluut voor deze piste, reeds anticiperend op de hervormingen. Ook de sector van de woonzorgcentra zal een metamorfose ondergaan, daar kan men nu al van op aan.

Maar niet alle innovaties zijn échte innovaties, om de eenvoudige reden dat sommige niets bijbrengen voor de burger of de patiënt. Het zijn niet meer dan gadgets. Het is aan het beleid om goede processen en criteria toe te passen om het kaf van het koren te scheiden. En zelfs dan duikt een tweede probleem op. Zijn sommige innovaties niet te duur? Zelfs als ze fantastisch zijn, kunnen we er als maatschappij niet al het geld van de wereld aan geven. Hoeveel zijn we dan bereid te betalen om mensen langer en beter te kunnen laten leven? Het is een onderwerp voor debat. We mogen ook die vraag niet uit de weg gaan.