Hoe denkt u de nieuwe 90-90-90 doelstellingen van het WHO te bereiken in België?


Prof. Dr. Steven Callens, UZ Gent

 

Steven Callens: “Volgens de 90-90-90 doelstelling moet tegen 2020 90% van de met HIV besmette personen gediagnosticeerd zijn. Bovendien moet 90% van de gediagnosticeerde patiënten toegang krijgen tot retrovirale behandeling en moet 90% daarvan dankzij die behandeling hun virale lading duurzaam kunnen onderdrukken. In België halen we deze doelstellingen alvast bijna. Op het vlak van een vroegere diagnose is er wel nog werk. We moeten ervoor zorgen dat er nog meer mensen getest worden en dat diegenen die positief testen nog beter de link vinden met de zorg. Bovendien moeten al deze patiënten ook kunnen behandeld worden zonder teveel restricties rond terugbetaling. Indien we de CD4-criteria rond terugbetaling zouden kunnen laten vallen, dan zou er minder schroom zijn en zouden we meer mensen die het hoognodig hebben, kunnen helpen.”

Patrick Reyntiens: "België scoort bovengemiddeld op deze doelstellingen. We sporen mensen met HIV op door gericht te testen. We zijn daar in Vlaanderen goed in, maar toch wordt nog één derde van de patiënten laattijdig gediagnosticeerd. Daarom vinden we het goed dat de toegang tot testen wordt verbeterd. De inspanningen die men momenteel levert, moeten bovendien ook blijvend zijn. Er moet genoeg ruimte, tijd en budget worden vrijgemaakt om deze doelstellingen te blijven waarborgen. We dienen verder te investeren in het zorgtraject van HIV-patiënten om ervoor zorgen dat de behandeling met HIV-remmers haast onmiddellijk kan worden opgestart na de eerste diagnose. Dit wil zeggen dat mensen met HIV worden doorgestuurd en opgevolgd in aidsreferentiecentra.”

S.C.: “De doelstellingen zijn in bepaalde werelddelen uiteraard een grotere uitdaging dan bij ons. Vooral in de sub-Sahara, waar zich net het merendeel van de patiënten bevindt, heeft men vaak nog geen toegang tot antiretrovirale behandeling.”

P.R.: "Prioritaire doelgroepen (SAM en MSM) met een verhoogd risico moeten bovendien op een nog betere manier preventief worden getest. We moeten ons richten op de juiste groepen, willen we het resultaat verbeteren. Condooms ter beschikking stellen, informeren en sensibiliseren is voor deze groepen zeer belangrijk en daar zetten we met Sensoa dan ook op in.”

Op welke prioriteiten zal u zich het komende jaar toeleggen?

S.C.: “Eerst en vooral moeten we de detectie van diegenen die een hoog risico lopen verbeteren en voor hen de toegang tot de behandeling vereenvoudigen. Heel wat mensen worden bovendien erg laat gediagnosticeerd omdat ze te lang wachten om zich te laten testen. In ons land heeft men dan wel een goede toegang, maar de eerste stap tot de diagnose is vaak nog moeilijk. Hierdoor krijgen we vaak patiënten binnen die vroeger hadden kunnen worden opgepikt.”

“Er is op dit vlak een bijzondere rol weggelegd voor gezondheidswerkers en huisartsen. Wanneer patiënten zich aanbieden met bepaalde aandoeningen moet men sneller doorschakelen. Anderzijds moeten mensen er ook beter van bewust worden gemaakt dat iedereen die seksueel actief is een zeker risico loopt op HIV. Het kan nooit kwaad om je eens te laten testen op HIV of andere seksueel overdraagbare aandoeningen. De patiënt moet dus ook zelf zijn verantwoordelijkheid opnemen en zich laten screenen, zelfs als er geen symptomen zijn.”


Patrick Reyntiens, Medewerker/ervaringsdeskundige
bij het Actieterrein Mensen met hiv bij Sensoa

P.R.: “Sommige HIV-thema’s blijven actueel. Zo heerst er nog steeds een zeker stigma rond het virus. We proberen HIV daarom voor een stuk te ‘normaliseren’, zonder het te ‘bagatelliseren’. Leven met HIV is immers niet aangenaam, maar erover praten is wel zeer belangrijk. HIV is in België dankzij de medische vooruitgang geëvolueerd tot een chronische aandoening, maar toch zitten heel wat mensen nog in een zeker isolement. Ze durven of kunnen er met niemand over spreken.”

“We trachten deze mensen te ondersteunen, zodat ze mits de juiste behandeling en controle van de ziekte onder de best mogelijke omstandigheden terug kunnen genieten van een langer en aangenaam leven. Tot slot willen we de mensen ook op een correcte manier informeren en tools aanreiken, zodat ze op basis daarvan goed geïnformeerde keuzes kunnen maken en hun houding al dan niet kunnen aanpassen. We gebruiken hiervoor onder meer rolmodellen waarin ze zich herkennen, maar ook de website www.levenmethiv.be. Voor Sensoa is het ook belangrijk dat PrEP beschikbaar komt."

Hoe kunnen we een goede levenskwaliteit garanderen voor de alsmaar ouder wordende HIV-populatie?

S.C.: “We moeten inderdaad aandacht hebben voor de ouder wordende HIV-patiënten die chronisch leven met een HIV-infectie. Bij mensen die langdurig in behandeling zijn, is het virus volledig onderdrukt en kan het ook niet meer worden doorgegeven aan anderen. Ze kunnen dus een vrij normaal leven leiden. Helaas zijn ze door de infectie wel vatbaarder voor ouderdomsziektes zoals diabetes, kankers of cardiovasculaire aandoeningen.”

P.R.: “Onder de ouder wordende HIV-populatie bevinden zich veel verschillende doelgroepen met ieder hun specificiteit en noden. Sommige patiënten leven al erg lang met het virus. Bij deze generatie werd de behandeling indertijd vaak pas opgestart wanneer ze al in de aidsfase zaten. Studies tonen aan dat er bij deze patiënten een verhoogd risico is op cardiovasculaire problemen, bepaalde kankers en nieraandoeningen. De vroegere dosissen van de HIV-remmers waren immers heel anders dan die van nu. Bovendien is het niet voldoende om enkel te zeggen dat zo’n patiënt vanaf nu 100% gezond moet leven en best stopt met roken. We moeten hen ook de juiste tools en begeleiding aanreiken, zonder hen daarom te betuttelen. Uiteindelijk maakt iedereen dan voor zich de geïnformeerde keuze welke aanpassingen hij of zij wenst te doen en hoe strikt dat moet gebeuren.”

S.C.: “De chronische zorg van deze HIV-patiënten dient dus zeker ernstig te worden genomen. We moeten de comorbiditeit zo goed mogelijk in handen nemen. Dit vraagt om een gecoördineerde en multidisciplinaire aanpak. De infectioloog, die het virus zo goed mogelijk onder controle tracht te houden, zal in dit kader samenwerken met onder meer een nefroloog, een cardioloog, een diëtist,… De zorg rond de HIV-patiënt wordt op deze manier meer gediversifieerd.”

000/BE/16-05/NPM/1366