Hoe worden mensen met hiv in de praktijk begeleid?

“Nieuwe patiënten krijgen steeds eerst een gesprek met de hiv-arts. Deze behandelt vooral het medische aspect. Na dat gesprek komen mensen die pas de hiv-diagnose gekregen hebben meteen terecht bij onze paramedici, zoals een psycholoog, diëtist, sociaal verpleegkundige, hiv-verpleegkundige, therapy counselor, enz. Wij behandelen al hun bijkomende vragen en trachten te achterhalen wat er bij iedere patiënt door het traject heen speelt op het vlak van woonsituatie, sociale situatie, job, leefwijze, enz.”

“Ook helpen we hen via gesprekken om hun diagnose te verwerken, want veel mensen met hiv kunnen er door het stigma moeilijk over praten met anderen. Daarnaast vullen we de medische uitleg van de hiv-arts verder aan, want vaak is dat eerste gesprek nogal overdonderend en zijn ze veel van die info al snel terug vergeten. We bieden dus een totaalpakket van medische en niet-medische begeleiding.”

 

Op welke manier trachten jullie de communicatie met hen te verbeteren?

“Sinds kort beschikken we over een interactieve tool waarmee mensen met hiv online of vlak voor hun consultatie bij de hiv-arts een vragenlijst kunnen invullen. In de tool kunnen ze klikken op een of meerdere van vier aandachtspunten (gevoelsleven, familiaal leven, beroepsleven en seksleven). Onder ieder van die vier punten worden enkele vragen gesteld. Nadien krijgen ze hiervan een print- out waarmee ze naar de hiv-arts kunnen gaan om alles samen te overlopen. Ook in onze wekelijkse multidisciplinaire besprekingen kunnen we die info al meenemen en indien nodig bepaalde acties ondernemen.”

Het is belangrijk om te beseffen dat dé persoon met hiv niet bestaat. Iedereen heeft andere behoeften.

“De feedback van de patiënten op deze manier van werken is alvast zeer positief. Zo krijgen ze immers de kans om hun concrete vragen en bekommernissen duidelijk te formuleren, en kan daar dieper op worden ingegaan. Het is ook drempelverlagend. Zelfs bij mensen met hiv die al jaren in behandeling zijn, komen er zo heel wat nieuwe aandachtspunten naar boven.”

 

Wat kan er volgens u nog beter?

“We gaan zeker de goede kant op, al is het altijd wenselijk voor artsen om nog meer tijd te kunnen vrijmaken voor patiënten die hiv-positief zijn, zodat er onderling nog meer en beter kan worden afgestemd. We blijven verder zoeken naar een optimalisering van de medische én niet-medische begeleiding en opvolging. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat dé persoon met hiv niet bestaat. Iedereen heeft andere behoeften.”