Daar is dr. Saskia Decuman, ergotherapeute en ondersteunend expert onderzoek en ontwikkeling op de dienst voor uitkeringen van het RIZIV, al langer van overtuigd. Nu komt het erop aan dergelijke aanbevelingen om te zetten in richtlijnen voor het beleid.

Sinds enige tijd werkt het kenniscentrum arbeidsongeschiktheid van het RIZIV onder leiding van Decuman nauw samen met het internationale stakeholdersplatform SIP (Societal Impact of Pain). Op die manier tracht het centrum de resultaten over de re-integratie van mensen met chronische pijn concreet ingang te doen vinden in onze samenleving. Daarenboven geeft het kenniscentrum op die manier ook zijn expertise door aan het SIP-platform.

 

Hoe is de samenwerking tussen het kenniscentrum arbeidsongeschiktheid van het RIZIV en het SIP-platform tot stand gekomen?

“In 2017 werd ik door de Europese Pijnfederatie gevraagd om deel te nemen aan het SIP-symposium in Malta. Daar werd nagedacht over het formuleren van Europese richtlijnen rondom de problematiek van de maatschappelijke impact van pijn. Eén van de werkgroepen had als focus jobbehoud en re-integratie. Daar zijn de eerste stappen ook gezet voor een meer structurele samenwerking tussen onze dienst en SIP België. Samen met andere partners van SIP België zoals BPS, patiëntenorganisaties, ziekenfondsen, EFIC en Grünenthal streven we naar het organiseren van een Belgisch symposium in 2019 waar alle relevante stakeholders zullen samen gebracht worden om uiteindelijk tot beleidsaanbevelingen te komen.”

 

Welke speerpunten stelt u daarbij voorop?


Het is een ‘en-en-verhaal’ waarin alle actoren elkaar moeten ondersteunen: werkgever, collega’s, de adviserende arts, de behandelende arts, arbeidsarts, huisarts, verplegend personeel, familie, vrienden, enz.
 

“We willen aandacht hebben voor het thema re-integratie waarbij we een ruimere focus zullen hebben dan het uitvoeren van een betaalde job. Daarnaast zal het behoud van tewerkstellingskansen een rode draad zijn door het congres heen. We weten immers dat niet kunnen werken niet enkel gevolgen heeft op financieel vlak, maar ook op het vlak van sociale contacten, identiteitsaspecten en structuur in het dagelijks leven. Door dit individuele en maatschappelijke belang willen we het thema hoog op de agenda plaatsen. Huidige barrières en mogelijke oplossingen met betrekking tot het thema re-integratie zullen multidisciplinaire besproken worden. We zijn dat met een stuurgroep aan het uitwerken.”

 

Hoe geraken die principes dan uiteindelijk tot bij de mensen op het terrein - met name de hulpverleners en de patiënten?

“Dat moet via verschillende kanalen gebeuren. En daar kunnen we met het symposium ook een antwoord op bieden. Via sensibilisatie willen we de actoren van het terrein uitnodigen voor voorbereidende workshops, zodat ze actief betrokken worden bij de organisatie van het symposium. Anderzijds heeft onze dienst in dat verband ook meer algemene initiatieven, zoals de opleiding ‘Disability management’, die we samen met een interuniversitair consortium van docenten organiseren. Met deze opleiding willen we de mensen op het terrein de nodige tools en competenties aanbieden om op een efficiënte manier patiënten te begeleiden. Onder onze cursisten rekenen we bijvoorbeeld adviserende artsen en paramedici van de mutualiteiten, maar ook arbeidsartsen, HRM-medewerkers, jobcoaches en dergelijke meer. Zij krijgen een specifieke methodologie aangeleerd en worden ingelicht over alle relevante achtergrondinformatie.”
 

SIP-symposium in Malta.

U gaf ook aan dat het meer en meer van belang is om in te zetten op re-integratie, onder meer vanuit de vaststelling dat er steeds meer mensen zijn met één of meerdere chronische aandoeningen die aan het werk willen. Over welke aandoeningen hebben we het dan?

“Vanuit het kenniscentrum proberen we uiteraard maximale aandacht te hebben voor de meest voorkomende problematieken, zoals bijvoorbeeld lage rugpijn. Maar ook daar zien we een evolutie. We willen bijvoorbeeld ook meer aandacht besteden aan een goede begeleiding van mensen met kanker. Goede nazorg na een behandeling is hier uiteraard een bepalende factor voor de levenskwaliteit. Concreet betekent dat dan dat we moeten analyseren welke extra ondersteuning mensen nodig hebben in functie van symptomen zoals pijn, vermoeidheid en concentratiestoornissen.”

 

Dat lijkt me geen evidentie.

Een essentieel onderdeel van de begeleiding van mensen met chronische pijn is re-integratie in de maatschappij.

“Inderdaad. Daarom hebben we op dit vlak nood aan een geïntegreerde visie. We mogen absoluut niet in silo’s denken. Het is een ‘en-en-verhaal’ waarin alle actoren elkaar moeten ondersteunen: werkgever, collega’s, de adviserende arts, de behandelende arts, arbeidsarts, huisarts, verplegend personeel, familie, vrienden, enz.”

 

Op welke manier kan de interactie tussen al die spilfiguren vlot verlopen?

“Door vroegtijdig de problematiek van de re-integratie ter sprake te brengen met de betrokken persoon. Re-integratie zou - indien mogelijk- één van de behandeldoelen moeten zijn, naast de medische aspecten. De communicatie tussen alle stakeholders is daarbij een constant aandachtspunt. Ideaal is dat voor complexe situaties één van de actoren de rol van coördinator (case manager) kan opnemen. Die persoon moet enerzijds de mogelijkheden op de werkplek exploreren en matchen aan de mogelijkheden van het individu en anderzijds kaas gegeten hebben van de wetgeving die typisch is voor dergelijke zorgsituaties. Daarnaast moet hij natuurlijk ook in staat zijn om vlot alle info aan de juiste personen te bezorgen. Zo maakt re-integratie via tewerkstelling een reële kans.”