Er dienen zich voor de zorg cruciale uitdagingen aan. Dat komt door de sterk vergrijzende bevolking, maar evenzeer door de vooruitgang in de medische wetenschap. Waar mensen vroeger aan bepaalde aandoeningen stierven, kunnen veel ziekten nu worden behandeld - met een chronisch karakter als gevolg.

 

Opvallende cijfers

In Vlaanderen zal tegen 2050 bijna een kwart van de bevolking ouder zijn dan 67 jaar. Cijfers van de gezondheidsenquête van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) tonen aan dat 1 op de 4 Belgen aan minstens één langdurige ziekte lijdt; bij 75-plussers gaat het om de helft. Hoe ouder je bent, hoe groter de kans op meerdere chronische aandoeningen tegelijk. Het kan dan bijvoorbeeld gaan over een combinatie van hoge bloeddruk met diabetes, chronische long- of hartaandoeningen, kanker, een beroerte of mentale aandoeningen. Kan onze gezondheidszorg dat hoge aantal chronische patiënten aan? Zijn de bestaande structuren hiervoor klaar?

 

Proefprojecten

1 op de 5 Belgen leeft onder de armoedegrens. Wie arm is, heeft meer kans op een chronische aandoening.

Patiënten met een chronische ziekte worden nu nog te vaak opgenomen in het ziekenhuis. Dat is duur, en ook belastend voor de patiënt. Daarom moeten we inzetten op nieuwe modellen van samenwerking tussen alle betrokken partners en fundamentele aanpassingen doorvoeren in ons gezondheidszorgsysteem.

Begin 2018 werden in 13 regio’s proefprojecten ‘geïntegreerde zorg voor chronisch zieken’ opgestart. De bedoeling is om binnen een geografische afgebakende zone van ongeveer 100.000 inwoners nieuwe concepten van geïntegreerde zorg uit te testen, met aandacht voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg. De uitbouw van een multidisciplinair netwerk rond en met de patiënt staat hierbij centraal. De lessen die uit deze projecten worden getrokken, zullen de basis vormen van een nieuw beleid voor chronisch zieken.

 

Patiëntgerichte zorg

Belangrijk in de zorg voor chronische patiënten is het werken met gevalideerde outcome parameters. Outcome betekent voor de patiënt en zijn omgeving niet altijd hetzelfde. We moeten leren luisteren naar wat voor de patiënt echt telt. Voor de ene hartpatiënt is het bijvoorbeeld belangrijk om zo lang mogelijk samen met de vrienden-wielertoeristen te kunnen deelnemen aan de wekelijkse fietstochten, terwijl het voor iemand anders voldoende is om nog een kleine wandeling te kunnen maken met de kleinkinderen. Zo kunnen de zorgteams samen met de patiënt beslissen wat voor hem of haar belangrijk is, samen het zorgtraject uitstippelen en bekijken welke zorg hij of zij nodig heeft. Dat hoeft niet louter medisch te zijn; het kan evengoed gaan om sociale of psychologische ondersteuning. Streven naar de verbetering van de levenskwaliteit, en het actief betrekken van de patiënt in zijn zorgproces zijn toetsstenen voor een goede chronische zorg.

 

Toegankelijkheid

Ervoor zorgen dat onze zorg toegankelijk blijft, wordt een grote uitdaging voor de toekomst. 1 op de 5 Belgen leeft onder de armoedegrens, waarbij scholingsgraad een determinerende factor is. Wie arm is, heeft ook veel meer kans op een chronische aandoening. Cijfers tonen bijvoorbeeld aan dat roken dubbel zo vaak voorkomt bij personen met een lagere sociale status en lagere scholingsgraad. Hetzelfde geldt voor zwaarlijvigheid en ongezonde voeding. De middelen voor de gezondheidszorg zijn niet onuitputtelijk. We moeten er dus met de grootse zorg mee omgaan en de beschikbare middelen doordacht inzetten.