DR. William Van Landegem
Neuroloog GZA Ziekenhuizen campus Sint-Augustinus

Vooral ouderen leiden aan de ziekte, en daardoor werd er steeds aangenomen dat ze het gevolg was van de algemene veroudering van de hersenen. Recent onderzoek toont echter aan dat de oorzaken mogelijk elders te vinden zijn, en dat opent nieuwe perspectieven op het vlak van diagnostiek en behandeling. We vragen Dr. William Van Landegem van GZA Ziekenhuizen campus Sint-Augustinus om uitleg.

Wat is er vandaag geweten over de oorzaken van Parkinson?

De laatste jaren is er heel wat vooruitgang geboekt. Tot recent werd de ziekte beschouwd als een ouderomsaandoening omdat ze voorkomt bij 1% van mensen ouder dan 60 jaar. Een hogere leeftijd werd daarbij beschouwd als de voornaamste risicofactor. Naarmate  men ouder wordt gaat de zwarte substantie van de hersenen, oftewel ‘substantie nigra’, immers ontkleuren en treedt er een verlies op van dopamine. Dat zet een waterval van reacties in gang die uiteindelijk leiden tot de ziekte van Parkinson.

Onderzoekers vinden echter steeds meer bewijzen dat de oorzaak van de ziekte al vroeger en buiten de hersenen kan worden gevonden. Een van de eerste tekenen is een verminderd reukvermogen, of ook constipatieproblemen. Deze maken deel uit van een lange voorgaande fase met vele verschillende symptomen. Pas in een later stadium zullen ook de hersenen aftakelen.

Wat zit er achter deze initiële indicators?

De oorzaak start mogelijk bij het binnendringen van een infectie via de darm. Dat zorgt in de darmen voor inclusies van alfa-synucleïne, en dat eiwit stoot doorheen de jaren vanuit de darm via het zenuwstelsel door naar de hersenen. Het accumuleert vervolgens in de hersenen en veroorzaakt dan schade in de substantie nigra. Hierdoor zal men dan in een voorstadium bv. minder eerst goed gaan ruiken. Met die wetenschap kunnen we het risico op Parkinson al veel eerder gaan detecteren en behandelen. En hoe vroeger een neuroprotectieve behandeling kan starten, hoe beter de latere Parkinsonsymptomen kunnen worden tegengegaan.

De hoofdsymptomen van de ziekte van Parkinson zijn bekend en worden beschreven als het ‘TRAP’-syndroom: Tremor (beven), Rigiditeit (stijfheid),  Akinesie (traagte) en Posturale instabiliteit (evenwichtsstoornissen). Daarnaast zijn ook een hele reeks andere niet- motorische symptomen mogelijk zoals verminderd reukvermogen, constipatie, overmatig zweten, depressie, angst en dementie. Vooral deze niet-motorische symptomen zijn daarbij vaak moeilijk behandelbaar. Zij kunnen de klassieke ziekte voorafgaan en zouden in dit nieuwe model ook beter kunnen worden uitgelegd.

Hoe verloopt de behandeling van de typische motorische symptomen?

De standaardbehandeling van de motorische symptomen van Parkinson bestaat al meer dan 50 jaar uit een toediening van dopamine. De eerste motorische symptomen van de ziekte treden immers op wanneer de dopamine in de zwarte substantie van de hersenen afneemt. Net zoals bij een  auto die olie lekt moeten we dus dopamine blijven toedienen om onze hersenmotor soepel te laten verlopen. Dat gebeurt aanvankelijk enkele keren per dag in de vorm van pillen.

Kunnen zo alle patiënten worden geholpen?

Naarmate we die dopamine op een kunstmatige manier toedienen wordt de marge waarbinnen we ze kunnen toedienen kleiner. Zo wordt het risico op te veel of te weinig dopamine al snel te groot. De ziekte schrijdt al die tijd immers voort, waarbij het antwoord op de behandeling verkort. In zo’n gevorderde gevallen kunnen we overschakelen op diepe hersenstimulatie, waarbij elektrodes ter hoogte van bepaalde hersenzones worden geplaatst en impulsen doorgeven om de motorische symptomen te verminderen. Een tweede optie is de  toediening van dopamine via een buiksonde. Op die manier kan de dopamine pompgestuurd en op een veel gelijkmatigere manier in de bloedbaan worden gebracht, en kunnen maagledigingsstoornissen worden vermeden. Beide opties kunnen  voor iedere patiënt individueel op maat worden afgesteld, want iedere patiënt is immers ook anders.

Hoe ziet u de kennis en behandeling van de ziekte van Parkinson verder evolueren?

De toekomst ligt in het nog beter gaan begrijpen van de mechanismen die de degeneratie van de hersenen voorafgaan, waardoor we patiënten veel vroeger zullen kunnen diagnosticeren en behandelen. Verder zullen er dankzij deze nieuwe inzichten behandelingen en medicaties kunnen worden ontwikkeld die het accumuleren van abnormale eiwitten kunnen opvangen of tegenhouden, waardoor de degeneratie er zelfs nooit zal komen. De toekomst is aan de neuroprotectieve middelen die de waterval van reacties kunnen tegengaan.