We vragen dr. Danny Decoo en dr. Katleen Bruylant van het AZ Alma hoe de behandeling verloopt.

Voor elke patiënt een aangepast behandelingstraject

“De ziekte van Parkinson betreft een neurodegeneratieve aandoening die zorgt voor een verlies van bepaalde typen hersencellen. Dit breidt geleidelijk aan uit en lijdt op termijn tot bepaalde motorische en niet-motorische symptomen. De patiënt verliest daarbij steeds meer de controle. In de beginfasen valt de ziekte relatief goed te behandelen met orale medicatie, waardoor de patiënt functioneel blijft. Doorheen de tijd kan de orale medicatie dan progressief worden aangepast naarmate de symptomen verergeren”, opent dr. Decoo.

“Op een bepaald ogenblik raken de medicamenteuze mogelijkheden echter uitgeput. Dan wordt er overgeschakeld naar tweedelijnsbehandelingen. Daarvoor bestaan er momenteel twee mogelijkheden”:

  • Diepe hersenstimulatie (DBS), waarbij elektrodes ter hoogte van bepaalde hersenzones worden geplaatst die impulsen doorgeven om de motorische symptomen te verminderen.
  • Therapie waarbij via een buiksonde een dopaminepreparaat op continue wijze wordt toegediend, om eveneens de symptomen beter onder controle te houden.

“Omdat beiden een chirurgische ingreep betreffen, houden we steeds rekening met de leeftijd en de mogelijkheden van de patiënt. Niet alle patiënten komen er dus voor in aanmerking. Belangrijk voor de functionaliteit van de patient is de koppeling van een medicamenteuze behandeling met revalidatie en psychologische bijstand. Daarbij stippelen de neuroloog en de revalidatiearts samen een traject uit op maat van iedere patiënt. Dit betreft een multidisciplinaire aanpak waarbij ook een kinesist en ergotherapeut kunnen worden betrokken”, aldus dr. Decoo.

Evenveel aandacht voor niet-motorische aspecten

Dr. Bruylant: “Patiënten met de ziekte van Parkinson vertonen niet enkel de typische mobiliteitsproblemen doch ook talrijke niet-motorische symptomen. Deze laatste categorie van verschijnselen heeft vaak een niet te onderschatten impact op de functionaliteit van de patiënt. Vermits deze klachten door de patiënt zelf maar zelden worden gekoppeld aan de ziekte van Parkinson is het belangrijk om hier als arts reeds in een vroeg stadium aandacht aan te schenken.”

  • Zo stellen we vast dat vele patiënten last hebben van slaapstoornissen alsook maag-en darmklachten, waarbij we naast advies omtrent slaaphygiëne en voeding, een gerichte medicamenteuze behandeling kunnen bieden.
  • Ook het verband tussen pijnklachten en de ziekte van Parkinson wordt vaak miskend.
  • Voorts vertonen heel wat Parkinsonpatiënten angst- en depressiesymtomen welke soms reeds aanwezig waren voor de eerste motorische verschijnselen werden  waargenomen.
  • Cognitieve stoornissen, zoals een vertraagd denkpatroon en geheugenproblemen, komen dan weer voornamelijk in een later stadium tot uiting.

“Hoewel al deze verschijnselen los van elkaar ook veel voorkomen, is het aan de behandelende arts om een verband te leggen en daar dan dieper op in te gaan. Dit vraagt om een holistische visie.”

“Net zoals bij andere chronische ziekten is er dus een multidisciplinaire aanpak nodig, los van het medicamenteuze aspect van de behandeling. Dit omvat ondermeer gangrevalidatie en evenwichtstraining door de kinesist, valpreventie en hulpmiddelenadvies door de ergotherapeut evenals specifieke slik- en spraakrevalidatie door de logopedist. Ook de psycholoog wordt betrokken in dit traject in het geval van stemmingsstoornissen of verwerkingsproblematiek. Tot slot onderlijnen we naar de patiënt toe het belang van dagelijkse lichaamsbeweging. Deze is immers bevorderend op zowel motorisch als niet-motorisch vlak”, besluit dr. Bruylant.

Abbvie sa/nv BEDUO140056 MAR2014