Prof. dr. Bart Van Wijmeersch,
Neuroloog en docent aan de UHasselt

 

 

We kunnen MS opdelen in twee grote groepen. Enerzijds is er de relapsing-remitting MS. Deze vorm komt bij ongeveer 40 à 60% van alle MS-patiënten voor en bestaat uit opflakkeringen. Alle momenteel goedgekeurde behandelingen richten zich op deze vorm. Anderzijds zijn er de primair en secundair progressieve vormen van MS. Hiervoor bestaan er nog geen goedgekeurde en effectieve behandelingen.

 

Uitdagingen bij progressieve MS

Bij progressieve MS situeert het probleem zich in de hersenen, waardoor medicatie er moeilijker vat op krijgt. Er bestaan momenteel twee moleculen. Ocrelizumab richt zich voornamelijk op relapsing-remitting MS, maar boekte tijdens een studie eveneens resultaat tegen primaire progressieve MS. Siponimod heeft dan weer een positief resultaat opgeleverd bij secundaire progressieve MS.

Toch lossen deze moleculen het probleem niet op en is de respons rate niet 100%. De afremming verschilt van patiënt tot patiënt. Maar het is alvast hoopgevend dat er moleculen bestaan die lijken te werken. Bovendien begrijpen we progressieve MS nu ook beter.

 

Het onderzoek en de ontwikkeling rond MS evolueren zeer snel.
Deze snelle evolutie moeten neurologen kunnen blijven volgen,
en daarvoor is er veel opleiding nodig.

 

Uitdagingen bij relapsing-remitting MS

Hoe krachtiger het medicijn, hoe hoger het veiligheidsrisico. Hoog actieve medicijnen onderdrukken of veranderen het immuunsysteem immers zeer sterk. Voor ieder medicijn is dit verschillend. Dit maakt het moeilijk om een strategie op te stellen en te beslissen aan welke patiënt we wanneer welk medicijn moeten toedienen. We hopen dus dat we in de toekomst kunnen beschikken over efficiënte medicatie die ook veilig is. Met ocrelizumab en cladribine tabletten gaan we alvast de goede richting uit.

 

Nood aan meer opleiding

Het onderzoek en de ontwikkeling rond MS evolueren zeer snel. Deze snelle evolutie moeten neurologen kunnen blijven volgen, en daarvoor is er veel opleiding nodig. Daarbij komt dat neurologen zich niet enkel richten op MS en dus ook op de hoogte dienen te blijven over andere ziektes. Dit maakt het voor sommige neurologen bijzonder lastig om mee te blijven in de moderne aanpak van MS.