Gastro-enteroloog Dr. Peter Bossuyt van de IBD kliniek van het Imelda Ziekenhuis in Bonheiden geeft uitleg.

In welke zin zijn ijzertekort en bloedarmoede aan elkaar gelinkt in het geval van IBD?

We onderscheiden bij IBD twee belangrijke types van bloedarmoede. Ten eerste is er bloedarmoede door ijzertekort. Dit kan ontstaan door bloedverlies en/of een verminderde opname van ijzer. Hierdoor heeft men te weinig basisstoffen om nieuw bloed aan te maken.

Ten tweede is er de ‘anemie van de chronische ziekte’, waarbij de ontsteking zelf bepaalde eiwitten stimuleert die een centrale rol spelen bij het beheren van het ijzer in je lichaam. Door de toename van deze stoffen blokkeert dus het ijzer dat actief in je lichaam aanwezig is. Hierdoor ontstaat vervolgens bloedarmoede.

Hoe verloopt de behandeling?

Er bestaan sinds kort strikte aanbevelingen van de BIRD (Belgian IBD Research and Development Group) over hoe ijzertekort kan worden aangepakt. Ten eerste moet men objectiveren hoeveel ijzertekort men heeft. Op basis daarvan kan worden beslist welke behandeling de beste is. Patiënten met een fors ijzertekort én een forse bloedarmoede krijgen intraveneus ijzer toegediend via een infuus. Wanneer het enkel gaat over ijzertekort zonder bloedarmoede heeft intraveneuze toediening weinig nut. Zij krijgen eventueel ijzersupplementen.

Patiënten die de ziekte niet onder controle hebben zien we driemaandelijks ter opvolging en bijsturing. Patiënten bij wie de ziekte wel onder controle is hebben genoeg aan een jaarlijkse opvolging van hun bloedarmoede. Indien dit alles niet volstaat bieden EPO of transfusies mogelijk nog een uitweg, maar deze worden enkel uitzonderlijk toegepast.

Wat zijn de prioriteiten op korte termijn?

Het is allereerst belangrijk dat de aanbevelingen beter bekend worden bij specialisten én huisartsen. Door deze consequent te volgen en de ijzer- en vitaminestatus en bloedwaarden van IBD-patiënten systematisch te screenen, kan het probleem voor de meeste patiënten ook worden behandeld en verholpen. Doet men dit niet, dan blijven patiënten vaak langdurig rondlopen met deze problemen die zorgen voor een mindere levenskwaliteit.