“Als je een dierbare in het nieuwe jaar vraagt wat je hem of haar mag toewensen, dan krijg je vaak het antwoord ‘een goede gezondheid’! Daar kan niemand op tegen zijn. Maar wat houdt dat precies in, gezondheid?”

“Meer dan zeventig jaar geleden definieerde de Wereldgezondheidsorganisatie het begrip als: ‘een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken.’”
 

Nieuwe realiteit

“Hoe verfrissend en ambitieus die definitie in 1948 ook was, vandaag schiet ze haar doel voorbij. Door de explosieve toename van de medische kennis en het diagnostische arsenaal, weten we anno 2019 beter dan ooit aan welke criteria een gezond persoon moet beantwoorden.”

Mensen met verschillende medische klachten komen vaak met diverse hulpverleners in contact en die weten niet altijd van elkaar wie welke hulp heeft verleend.

“Het zijn er zoveel dat niemand ter wereld nog aan dat ideaal van volledig fysiek, mentaal en sociaal welbevinden voldoet. Als we de WGO-definitie van destijds combineren met de medische inzichten van vandaag, zijn we allemaal ziek. Dat is niet alleen deprimerend, het zet de deur wagenwijd open voor steeds meer zorg en medicalisering, met het oog op een doel - gezondheid - dat nooit zal worden bereikt.”

“Chronisch zieke mensen worden nog meer gestigmatiseerd dan burgers met tijdelijke gezondheidsproblemen. En hoe beter we die chronisch zieke mensen begeleiden, des te langer zullen ze leven met het besef dat ze nooit meer gezond zullen zijn!”
 

Nadruk op veerkracht

“Er was dus duidelijk nood aan een nieuwe definitie van het begrip ‘gezondheid’. Deze kwam er in 2009. Toen organiseerde de Nederlandse hoogleraar Machteld Huber een internationale conferentie van experten die zich over het begrip gezondheid bogen.”

“De vrucht van hun denkwerk werd gepubliceerd in het gerenommeerde British Medical Journal: ‘gezondheid is het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.’ Essentieel is dat deze nieuwe definitie de veerkracht van mensen vooropstelt.”

“Mensen kunnen met een ziekte leren omgaan en leren focussen op wat ze nog wél kunnen. Op die manier bekeken staan sociaal, fysiek of emotioneel uitgedaagde mensen in veel gevallen nog behoorlijk gezond in het leven en worden ze niet langer tot hun kwaal (of handicap) gereduceerd.”
 

Kortstondige hulpverlening

“Huisartsen, en bij uitbreiding alle zorgverleners in de eerste lijn, kijken sowieso al verder dan hun biomedische neus lang is. Een huisarts beschouwt de hele patiënt, met al zijn of haar verwachtingen.”

In Vlaanderen werden een zestigtal eerstelijnszones opgericht, zodat lokale overheden, zorg- en hulpverleners hun dienstverlening kunnen coördineren.

“Samen maken ze een plan dat de patiënt in staat moet stellen om een zo vervullend mogelijk leven te leiden. Tenminste, zo zou het moeten, want in de praktijk valt dat al eens tegen. Dat komt omdat onze gezondheidzorg nog steeds georganiseerd is op kortstondige hulpverlening aan mensen die met een specifieke gezondheidsklacht naar één arts hollen in de hoop spoedig van hun probleem te worden verlost.”

“Naarmate de geneeskunde en de maatschappij meer gezondheidsproblemen kunnen voorkomen of verhelpen, leven we gemiddeld lang genoeg om meerdere ouderdomsklachten tegelijk te ontwikkelen en zelfs daarmee nog vele jaren te overleven.”

“Mensen met verschillende medische klachten komen vaak ook met diverse hulpverleners in contact en die weten niet altijd van elkaar wie welke hulp heeft verleend. Als mensen hun huisdokter niet kunnen bereiken, zoeken ze hun heil bij een andere arts, bij een apotheker of op de spoedeisende hulp, waar ze met een nieuwe rist hulpverleners te maken krijgen. Dat kan ontaarden in onnodige ziekenhuisopnames, toenemende hulpbehoevendheid en voortschrijdende ontreddering.”
 

Patiënt centraal plaatsen

“Om die risico’s in te perken, werden in Vlaanderen een zestigtal eerstelijnszones (ELZ) opgericht, zodat lokale overheden, zorg- en hulpverleners hun dienstverlening kunnen coördineren. Het doel is een laagdrempelige zorgverlening waarin de burger centraal staat en een zorgverlener het overzicht houdt op wat er met die burger gebeurt.”

“Huisartsen en andere hulpverleners, maar ook instellingen als het OCMW, het centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW) en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen moeten dankzij een eerstelijnszone beter kunnen samenwerken in het kader van het zogenaamde ‘geïntegreerd breed onthaal’ (GBO).”

“De eerstelijnszones zullen ook waardevolle gegevens opleveren voor www.desocialekaart.be, die de zorgvoorzieningen en zorgverstrekkers in Vlaanderen en Brussel inventariseert.”

“De eerstelijnszones zijn een work in progress. Her en der wordt al goed en burgergericht samengewerkt. Het is alleszins een pad dat inspeelt op de nieuwe definitie van gezondheid. Als u iemand nog eens ‘een goede gezondheid’ wenst, wenst u die persoon bovenal een flinke dosis regie en zelfbeschikking toe. Ook daar kan niemand op tegen zijn.”